De geschiedenis van het peertje
Het stoofpeertje is zo Hollands als het maar kan. Een harde, wrange peer die pas na uren geduld zijn zoete, rode karakter laat zien. Waar komt dat vandaan?
Een peer die je niet rauw eet
Grofweg kennen we in Nederland twee soorten peren: handperen, die je zo uit de hand eet, en stoofperen. Stoofperen zijn klein, hard en korrelig, en rauw nauwelijks te eten. Pas door ze lang en langzaam te garen worden ze zacht en zoet. Wie ze ooit rauw heeft geproefd, begrijpt meteen waarom onze voorouders er een pan voor pakten.
Een vrucht voor de winter
Juist die hardheid maakte stoofperen waardevol. Ze werden in de herfst geplukt en bleven maandenlang goed, afhankelijk van het ras tot in januari, februari of zelfs maart. In een tijd zonder koelkast was fruit dat de hele winter meeging een schat. Het Hollandse huishouden draaide in de herfst om voorraad: inmaken, drogen en bewaren voor de magere maanden. Het bekende kookboek De verstandige kock uit 1667 besteedt er al aandacht aan hoe je je op de winter voorbereidt.
Oude rassen uit het rivierengebied
Er bestonden vroeger veel meer stoofperen dan nu. De Brederode is zo'n oude soort, waarschijnlijk al in het begin van de negentiende eeuw bekend. Omdat hij in de landen om ons heen nooit werd geteeld, gaat men ervan uit dat hij uit Nederland komt, vermoedelijk uit het rivierengebied rond Vianen, het oude land van Brederode. Vandaag is de Brederode bijna verdwenen. Andere oude namen zijn de Winterrietpeer, de Saint Rémy en de Kleipeer, ook wel Winterjan genoemd.
De Gieser Wildeman
Een van de bekendste stoofperen van Nederland heeft een bijzondere naam. Over de herkomst bestaan twee verhalen. Volgens de vakliteratuur werd hij gevonden door iemand met de achternaam Wildeman, in de buurt van Gorinchem. Een ander verhaal noemt Gijsbert Wildeman uit Elst bij Rhenen; "Gieser" zou dan een variant zijn van "Gies", de korte vorm van Gijsbert. Rond 1850 bracht kwekerij Van der Willik & Zonen uit Boskoop de peer in de handel. Welk verhaal klopt, is niet met zekerheid te zeggen.
De Gieser Wildeman werd al vroeg aanbevolen voor algemene teelt en staat op oude Nederlandse rassenlijsten, onder andere uit 1948. Een oude rassenbeschrijving rekent hem tot de beste stoofperen van het land.
Waarom ze rood worden
De rode kleur is geen kunstje. Rijpe stoofperen kleuren tijdens het koken van nature roze tot rood. Stoof je ze in een rode vloeistof, zoals rode wijn, port of bessensap, dan wordt de kleur dieper.
Van kersttafel tot vergeten kunst
Stoofpeertjes horen bij de Hollandse wintertafel: naast het wild, bij de stamppot, of als toetje met vla. Rond kerst en oud en nieuw staan ze bij veel families nog op tafel. Maar zelf maken doen steeds minder mensen. Het schillen van al die kleine peertjes en het urenlange stoven past slecht in een drukke week.
Precies daarom bestaat dit project. Om een stukje van die oude traditie levend te houden, en om het te ruilen voor andere ambachten die net zo goed de moeite waard zijn.
Doe een ruilvoorstel